Pijler 05 · Werking in het hout
Hoe werkt houtolie? Van blik tot uitgehard
Houtolie trekt in de opengezaagde cellen aan het oppervlak, deels ook in de celwand, en hardt daar uit met zuurstof uit de lucht. Zo houdt het hout regenwater tegen, maar kan waterdamp er nog in en uit.
Stap 1: de olie trekt in de open cellen
Hout bestaat uit lange, holle cellen die in de lengterichting van de stam lopen. Een plank wordt bijna nooit precies langs die cellen gezaagd. Aan het oppervlak liggen dus overal opengesneden cellen, en bij loofhout ook opengesneden vaten.
Volgens het Wood Handbook van het Amerikaanse Forest Products Laboratory zijn die holtes groot vergeleken met de deeltjes in een afwerking. Elke vloeibare afwerking kan erin stromen. Dat is de eerste manier waarop olie het hout in komt.
Wat de vloeistof naar binnen trekt, heet capillaire werking: een vloeistof kruipt vanzelf in nauwe buisjes. Het Wood Handbook beschrijft dat voor water, dat het snelst opneemt via het kopshout, de doorgezaagde uiteinden. Voor olie werkt het in grote lijnen net zo, al hangt de snelheid ook af van hoe dik de olie is.
Stap 2: een deel gaat de celwand in
De tweede manier is kleiner. Kleine moleculen dringen in de celwand zelf, in de ruimtes tussen cellulose, hemicellulose en lignine. Het Wood Handbook noemt een grens: moleculen tot ongeveer 1.000 dalton gaan er goed in, boven ongeveer 3.000 niet meer.
Natuurlijke oliën zoals lijnolie en tungolie zijn klein genoeg. Pigmenten en grote kunststofmoleculen, zoals acrylaat, zijn te groot. Die blijven in de open cellen of op het oppervlak.
Celwanden met olie erin nemen volgens het Wood Handbook minder water op en zwellen minder. Hoeveel olie in de wand komt en hoeveel in de holtes blijft, verschilt per houtsoort en product. Een vaste indringdiepte in millimeters noemen we daarom niet.
Stap 3: zuurstof maakt de olie vast
Houtolie droogt niet door verdampen, zoals water uit verf. Een drogende olie neemt zuurstof op uit de lucht en de oliemoleculen haken daardoor aan elkaar. Zo ontstaat een vast netwerk, in en tussen de buitenste cellen.
Zuurstof komt van boven en dringt volgens onderzoek van de Universiteit van Amsterdam geleidelijk naar beneden. De bovenkant hardt dus eerst. Volgens het Wood Handbook kunnen drogende oliën enkele weken nodig hebben om helemaal uit te harden.
Stofdroog is dus nog niet klaar. Hoe die reactie precies verloopt, lees je in oxidatieve polymerisatie.
Waarom olie geen film vormt
Lak en verf liggen als een aaneengesloten vel op het hout: een film. Olie doet dat niet. Volgens het Wood Handbook vormen oliën en andere indringende afwerkingen geen film; alleen beits met veel vaste stof kan een dun laagje geven.
Het verschil zit in wat er in het blik zit. Olie is dun en klein genoeg om in te trekken. Een lak bevat grote moleculen die bovenop blijven en daar samen een vel vormen.
Hout kan maar een beperkte hoeveelheid opnemen. Op glad hout trekt volgens het Wood Handbook meestal maar één laag waterafstotend middel in; een tweede laag niet meer. Olie die blijft liggen, kan kleverig worden: zie kleverig na het oliën.
Waterafstotend, maar dampopen
Uitgeharde olie houdt vloeibaar water tegen. Regen parelt eerst en trekt minder snel in, vooral bij het kopshout. Volgens het Wood Handbook vormen drogende oliën na uitharden een barrière tegen water.
Waterdamp gaat er wel door. Indringende afwerkingen hebben volgens het Wood Handbook bijna geen effect op de diffusie van waterdamp. Dat heet dampopen: het hout neemt vocht uit de lucht op en geeft het weer af, net als onbehandeld hout.
Het Wood Handbook geeft een proef op grenen. Drie lagen lijnolie hielden na 1 dag 33 procent van de waterdamp tegen, na 14 dagen niets meer. Drie lagen alkyd-grondverf hielden na 14 dagen nog 60 procent tegen.
Dat dampopen is een voordeel buiten. Hout dat na een bui nat wordt, kan weer opdrogen. Onder een film die scheurt, kan water binnenkomen en blijft het hout volgens het Wood Handbook juist langer nat, met kans op rot.
Waarom olie slijt en bijgewerkt moet
Olie bladdert niet, want er is geen vel dat los kan laten. Ze slijt geleidelijk. Volgens het Wood Handbook verbleken indringende afwerkingen, slijt het pigment weg en verliest het hout zijn waterafstotendheid.
Daar zijn drie oorzaken voor:
- Zonlicht. Uv breekt het oliënetwerk af. Volgens een review van de UvA is afbraak door licht schadelijker dan afbraak door warmte.
- Weer en slijtage. Regen, vorst en lopen slijten het oppervlak, op een vlonder meer dan op een schutting.
- Schimmel. Natuurlijke olie is volgens het Wood Handbook voedsel voor schimmels. Zwarte puntjes zijn vaak het eerste teken dat het tijd is.
Het Wood Handbook schat dat een semitransparante beits op een nieuwe, gladde vlonder 2 tot 3 jaar meegaat. Dat geldt voor een gemiddelde plek in de Verenigde Staten; voor Nederland hebben we geen eigen cijfer. Bijwerken is eenvoudig: schoonmaken, laten drogen en een nieuwe laag, zonder de oude eerst weg te schuren. Zie het onderhoudsritme.
Hoe weten we dit?
De belangrijkste beweringen op deze pagina, met waar ze vandaan komen en hoe zeker ze zijn.
- BRONzeker
Afwerkingen komen op twee manieren in hout: ze stromen in de opengezaagde cellen en vaten, en kleine moleculen dringen in de celwand. [1]
- BRONwaarschijnlijk
Lijnolie en tungolie zijn klein genoeg om de celwand in te gaan (grens rond 1.000 tot 3.000 dalton); pigmenten en acrylaten niet. [1]
- BRONwaarschijnlijk
Capillaire werking trekt water de holle cellen in, het snelst via het kopshout; voor olie nemen we aan dat het principe hetzelfde is. [1]
- BRONzeker
Oliën en andere indringende afwerkingen vormen geen film op het hout. [1]
- BRONzeker
Indringende afwerkingen remmen de opname van vloeibaar water, maar hebben bijna geen effect op waterdamp; drie lagen lijnolie hielden na 14 dagen geen damp meer tegen. [1]
- BRONzeker
Zuurstof dringt van boven in de olie, dus de bovenkant hardt eerst. [2]
- BRONwaarschijnlijk
Afbraak door licht is voor het oliënetwerk schadelijker dan afbraak door warmte. [3]
- ERVARINGonzeker
Hoe diep houtolie in millimeters indringt en hoe lang een laag in Nederland meegaat.



